Terčino-vallei

Terčino-vallei

De Terčino-vallei (ook bekend als Tereziino-vallei) is een landschapspark met een oppervlakte van 138,3 ha (oorspronkelijk 68,8 ha) en ligt in het dal van de rivier Stropnice, ongeveer 1 km van Nové Hrady. In 1949 werd het uitgeroepen tot Nationaal Natuurmonument. Het park, inclusief de gebouwen en landschapselementen, valt ook onder de bescherming van het Cultureel Erfgoed van Tsjechië.

Het gebied waar het park zich nu bevindt, diende oorspronkelijk als fazantenfokkerij voor de adel. In het midden van de 18e eeuw veranderde gravin Therese Buquoy de fazanterie in een uitgestrekt natuurpark met veel sierbomen en struiken. Bij de oprichting stond het park bekend als Valloncherie.

Bezoekers van de Terčino-vallei kunnen genieten van goed onderhouden paden met witgeschilderde houten bruggetjes en bankjes, evenals verschillende romantische bouwwerken. Tot de bezienswaardigheden behoren de ingangspoort, het neoklassieke kuurhuis Václavovy lázně ("Lázničky"), de ruïnes van het Blauwe Huis, het Zwitserse Huis, de hamermolen (nu een pension), een 500 jaar oude eik, en vooral een kunstmatige waterval, gevoed door een kanaal vanuit de rivier Stropnice.

Al deze bezienswaardigheden worden verbonden door een 5 km lange educatieve wandelroute, die bezoekers met behulp van moderne informatieborden kennis laat maken met de natuur en geschiedenis van de Terčino-vallei.

Hoe er te komen

Bij de ingang van het wandelpad is een betaalde parkeerplaats beschikbaar.